Door: Céline Stalman

Ik wist niet hoe. Ik voelde het niet. “En nu”, dacht ik? Daar lag hij dan, dat kleine hummeltje in mijn armen. Met z’n bos haar. Maar er ontbrak wel iets.

2 januari 2019. 06u21. Daar was hij. De bevalling zo vredig. Liefdevol en natuurlijk. Maar ik voelde het niet. Liefde. Ik was vooral verrast dat er echt een levend mensje uit mij was gekomen. De eerste nacht heb ik vrijwel niets geslapen, ik stond op scherp. Zelfs een miertje zou me wakker hebben gemaakt. Alles was nieuw. Ik kon alleen maar naar hem kijken. Me afvragen of ik niet een enorme fout had begaan. Wat nou als ik hem vergat eten te geven? En hoe wist ik nu of hij het te warm of te koud had? Of wat nou als ik helemaal geen goede moeder word? Ik vond het zo onwerkelijk dat ík voor altijd voor dit mannetje zou moeten zorgen. De tweede nacht heeft mijn leven voor altijd veranderd.

Ik viel in slaap en zoals vaker, ging ik astraal reizen. Astraal reizen houdt in dat je ziel zich losmaakt van je lichaam en terug naar de Bron reist, om lessen te overzien of om daar een ander leven te leiden. Een zielenleven. Ik noem het altijd naar huis gaan, want daar komen we uiteindelijk allemaal vandaan. Ik had mijn man eerder in onze relatie al verteld dat, mocht ik niet meer ademen of wakker worden, hij zich geen zorgen hoefde te maken. (Als je astraal reist ben je eigenlijk een soort ‘’schijndood’’)

Ik kwam thuis aan en weet nog dat ik heel verward was, ik had ineens een kind op aarde. Mijn beschermengel was bij me en ik werd geleid naar een groep engelen/zielen die me hebben geholpen het beter te overzien. Lessen werden me uitgelegd en er werd me verteld waarom mijn zoontje mijn zoontje is. Wat hij mij komt leren en waarom ik zijn mama ben. Alles werd me ineens zo duidelijk. Oude blokkades werden ook nog even gehealed door de engelen voordat ik abrupt terug op aarde mijn ogen weer opendeed. Ik voelde mijn man hard aan mijn schouders schudden, hij riep mijn naam. Omdat ik natuurlijk niet meteen wakker werd zag ik een paniek in zijn ogen. ‘’Waar was je! De baby stopt maar niet met huilen!’’ Ik schrok dat ik zomaar naar ‘huis’ was gegaan en hun hier had achtergelaten. Het moment dat ik mijn zoontje weer in mijn armen had gebeurde er zoiets magisch, alles kwam bij me terug. Beelden van wat er zojuist besproken was flitsten als een film voor mijn ogen, er was een zielenherkenning tussen mij en hem. Ik zag zelfs het gezicht van mijn beschermengel. Ineens kwam er een vlaag van liefde over me heen, nou, daar word je akelig van zoveel. Ik kon ineens van hem houden, dit is mijn kind, mijn alles. Duidelijkheid en acceptatie. Liefde, onvoorwaardelijke liefde. Ik ben zo dankbaar dat ik even thuis ben geweest die nacht en dit heb mogen meemaken. Het is zo emotioneel als ik eraan terugdenk, dat ik het überhaupt mag onthouden.

Tussen mij en mijn zoon is het nog steeds dikke vette liefde, al kan ik hem soms even achter het behang plakken. Om hem dan vervolgens er achteruit te halen omdat ik hem mis. De kleine engel.